Dromen van daken boven hoofden



 
1. De portier
 
In een bontjas die ze uit een kledingcontainer had gevist struinde Nadia, haar fiks gemakeupte dochter aan haar arm, naar het Almara Dulcis, het nog niet zo lang geleden geopende luxehotel aan de gracht op de plek waar ooit een gesticht had gezeten. Het was mistig en waterkoud. Het leek of de wereld steeds meer moeite moest doen om mooi gevonden te worden. 
‘Onthoud: niet op je telefoon kijken Zippy, dat is niet sjiek,’ zei Nadia, terwijl ze zich een weg baanden door de kerstshoppende menigte. 
‘Moet jij zeggen,’ zei Zippy. 
‘En zet die koptelefoon af.’ 
Zippy deed wat haar gevraagd werd. 
Voor de ingang van het hotel waren kerstbomen als een wanhopig boeket bij elkaar geplaatst. De rookglazen deur van het hotel werd vastgehouden door een zwarte vrouw met geblondeerde krulletjes. 
‘What are the plans for tonight,’ vroeg ze in lijzig Amerikaans-Engels, dat langzaam de voertaal werd in de stad. 
‘It’s my daughter’s eighteenth birthday,’ loog Nadia. Ze slikte een paar keer, om haar hart dat klopte in haar keel tot bedaren te brengen. ‘We would like to have a cocktail.’ 
‘Congratulations!’ lachte de portier. De deur hield ze nog steeds niet helemaal open. Tegen Zippy: ‘That makes you baby Jesus.’ 
‘I guess,’ zei deze. 
De portier richtte zich weer tot de moeder. Je moest hier een mondeling examen afleggen voor je naar binnen kon. ‘And after that, if I may ask?’ 
‘Are you looking for company?’ flapte Nadia eruit. Ze bloosde hevig, voelde de adrenaline naar haar hoofd stijgen. 
‘Company is better than no company – except in a prison cell perhaps,’ kaatste de portier terug, en opende eindelijk de deur helemaal. Simultaan kwam er een roedel Franssprekende nonnen naar buiten. ‘Een goed teken,’ fluisterde Nadia, porrend in Zippy’s zij. 
‘Hoezo?’ 
‘Voel ik gewoon.’ 
Ze waren nog niet binnen in de sfeervolle, weinig transparante lounge, of een onberispelijk geklede vrouw met een lui oog en een zwarte map tegen haar borst gedrukt kwam op hakken hun richting op geklakt. Zakelijk-vriendelijk loodste ze de twee naar een zithoek, en droeg ze over aan een muisachtige serveerster die haar onderdanigheid leek in te zetten om zich zo snel mogelijk uit de voeten te maken.  
Op de achtergrond klonk zogenaamd kalmerende, repetitieve pianomuziek. 
‘Dat snap ik nou niet,’ zei Nadia, ‘dat ze onze jassen niet aannemen.’ 
‘Ze zien ons graag weer vertrekken.’ Zippy had zich in een fauteuil verschanst en bestudeerde de menukaart. ‘Voor mij een brilliant mafiosa.’ 
‘Wat is in godsnaam een brilliant mafiosa?’ 
‘Geen idee. Maar ik wil het.’ 
 

2. De camera’s
 
Na de cocktails, vergezeld van een karig bakje handgebakken chips, was het zakgeld op. Nu zouden ze aan de goden zijn overgeleverd. Veel goden vielen trouwens in het hotel niet te bespeuren; misschien moest de drukte nog komen. 
‘Ik ga boven poolshoogte nemen,’ zei Nadia, op de toon van een geheim agent. ‘Blijf jij hier.’ 
Hoofdschuddend keek Zippy haar moeder na die parmantig over de brede trappen naar boven tippelde, iets te haastig naar haar smaak, alsof ze iets vergeten was dat ze op haar kamer had liggen. Daarmee trok ze juist de aandacht. 
Ach ja, mama’s dwaze plan. 
Nadia had haar dochter al lang geleden beloofd dat ze zich een keer met kerst zouden laten pamperen in een super de luxe hotel, alleen had ze daarvoor nooit de financiële middelen gehad, en sinds ze de facto op straat leefden, leek het vooruitzicht helemaal kansloos. Vanavond, kerstavond nota bene, dacht haar moeder ongezien een hotelkamer binnen te kunnen glippen. Immers, zo’n hotel was nooit helemaal gevuld, Zippy hoorde het haar moeder nog uitleggen. Er stond altijd ergens een kamer leeg, je moest alleen even uitvogelen waar. ‘Het maakt zo’n hotel geen zak uit of wij in die kamer slapen of niet – hooguit wat schoonmaakkosten. Ons maakt het daarentegen heel veel uit!’ 
‘Mam, alsjeblieft...’ 
‘Maak je geen zorgen, we blijven netjes. We steken hooguit de gordijnen in de fik – grapje.’ Ze lachte haar schorre lach.
‘Het is diefstal.’ Zippy dacht erachteraan: je bent gek, maar dat zei ze niet. Alle moeders waren gek, hoewel die van haar misschien gekker was dan de meesten. 
‘Diefstal van de rijken dan toch? Met zo’n patserige hoteleigenaar, een of andere internationale groep, hoeven we geen medelijden te hebben. Wij zijn onze eigen Robin Hood!’ 
Zippy had maar weer eens gezucht,  diep weggezakt in de opblaasbare slaapbank van hun zoveelste tijdelijke woonruimte, de slaapbank die slecht zat en slecht sliep, en niet alleen omdat hij elke nacht langzaam zacht werd. 
‘Wat dacht je van de camera’s? Overal hangen camera’s.’ 
‘Ja maar wie kijkt er naar de beelden? Niemand! Alleen als er iets niet in de haak is kijken ze terug. Dus we moeten secuur te werk gaan.’ 
 

3. Het beeld in de wc-ruimte
 
De serveerster kwam bij Zippy informeren of alles naar wens was, daarna was ze vliegensvlug weer verdwenen. 
Zippy keek nauwelijks op van haar telefoon. Haar moeder had ongelijk, er was niets on-sjieks aan op je telefoon zitten, iedereen in de lounge van het luxehotel deed het. Zelfs het wonderlijke duo dat voor de receptie langs flaneerde, één lange in een zwarte jas, met piercings in haar gezicht en een spiked dog collar om, en een kleine, met een roze pluche poedel onder haar arm, staarden naar hun schermen alsof ze aan een mentaal infuus lagen. 
‘Kom je?’ signalde Nadia. ‘Ik heb iets!’ 
‘Wat heb je mam,’ signalde Zippy terug.  Toch geen psychose, dacht ze, maar ze hield zich in. Alles om de stemming erin te houden. 
‘Een droomkamer. Zo heet ie tenminste: dream suite. Derde verdieping, helemaal aan het einde van de gang. Schiet je op? En vergeet mijn bontjas niet ❤️❤️❤️.’ 
Zippy hoefde niet naar de wc, maar ging toch. wc-bezoek gaf haar extra tijd. Tijd om na te denken. Ze kon het Almara Dulcis uitlopen, immers. Niemand kon haar wat maken. Had ze haar moeder nog nodig? Misschien was dit het moment om de banden door te snijden, zoals haar moeder de banden met haar familie destijds ook had doorgesneden. Maar waar moest ze heen? De weinige vrienden die ze had zagen haar komen. De stad was minder herbergzaam gebleken dan je zou denken, ook en vooral voor mensen van haar leeftijd. Je hield de schijn op dat je je uitstekend kon redden, totdat je werd aangetroffen op een zolderkamertje, bungelend aan een touw. 
In de zwartbetegelde wc-ruimte, ook hier ontkwam de hotelgast niet aan de klaterende pianoklanken, zag Zippy geen camera’s hangen. Haar aandacht werd getrokken door een gouden beeldje van een figuur met pronte borstjes op een sokkel onder een fel spotje. devi stond eronder. Een kunstwerk? Of een relikwie? Zippy duwde er met haar wijsvinger tegen, Devi gaf, met enige tegenzin weliswaar, mee. Toen tilde ze het beeld helemaal van de sokkel, en wikkelde het in de bontjas van haar moeder. 
De deur ging langzaam open. De kleine vrouw met de pluche poedel betrad de wc-ruimte en keek met priemende ogen naar Zippy. Nadat ze haar poedel op de stapel handdoeken naast de wastafel had geplant sloot ze zich met haar mobiel op in een wc-hokje. Snel wisselende flarden geluiden en gillende stemmen vulden de ruimte. Zippy maakte dat ze wegkwam.
 

4. De dream suite
 
De dream suite bestond uit een riant appartement in een vleugel van het hotel, voorzien van huisbioscoop en sauna inclusief jacuzzi op het dak. Nadia zat haar lippen te stiften op een barkruk bij de open keuken, waar een streng kijkende kokkin bezig was gerechten te bereiden. Demonstratief hield Nadia haar wijnglas omhoog. ‘Wil je ook?’ 
‘Van wie is deze hotelkamer?’ vroeg Zippy, lacherig van ongeloof. 
‘Van ons!’  
‘Hoe dan?’  
‘Niet te veel vragen stellen. Probeer je te verwonderen… En doe die bontjas weg.’ 
‘Waar is de kapstok?’ 
‘Leg maar op het dressoir.’ 
Voorzichtig legde Zippy de bontjas met het cadeau erin, het cadeau voor haar moeder, neer op het dressoir.
Zich verkneukelend namen ze plaats aan een beeldig gedekte eettafel met protserige kaarsen. Over een lengte van tien meter ging langzaam een gordijn elektrisch dicht, met daarop een gigantische computerprint van een superrealistische vrouwfiguur. AI-kitsch. 
Wie kwam daar tevoorschijn, uit een van de slaapkamers, alsof ze het podium opliep? Een verlegen lachende, gracieuze Koreaanse op blote voeten, die zich zangerig aan Zippy kwam voorstellen als ‘Han Ga In, conductor.’ Ze was in Europa op tournee met haar orkest, vandaar. 
‘How do you know my mother,’ waagde Zippy te vragen. De ondefinieerbare substanties die de kokkin had uitgeserveerd smolten op de tong. Het leek alsof haar voedselallergieën in het niets waren opgelost, ze had tegen haar gewoonte niet eens naar de ingrediënten geïnformeerd. 
‘Do you mind me telling her,’ vroeg de dirigente, eerst naar Nadia kijkend, alsof ze die een vioolsolo gaf, en toen naar Zippy. 
‘Not at all,’ zei Nadia, grote happen naar binnen schrokkend. 
Ze hadden elkaar ontmoet op Caress, de dating app voor platonische strelingen, en nu hadden ze hun eerste, niet zo voorzichtige, date. Nadia had geloofd dat ze alleen door deze date de droomkerst voor haar dochter waar kon maken. 
Wat zaten die twee aan elkaar te plukken, dacht Zippy, wat deden ze touchy feely tegen elkaar, terwijl ze elkaar nog nooit hadden gezien! Het gegiechel, de gebaartjes, de steelse blikken die ze elkaar toe worpen, ze leken wel verliefde puppies. Maar er was geen verliefdheid in het spel, beweerde haar moeder. Ze was al vaak genoeg in de valkuil van de verliefdheid getrapt. 
Na een lange, ongemakkelijke stilte, vroeg Zippy: ‘I guess I sleep on the couch?’ 
‘No no, follow me sweetie.’ Han Ga In ging Zippy voor naar een uithoek van het appartement. 
Toen klonk het geluid van een gong, en knokkels op hout. Er werd aangebeld, en tegelijkertijd nogal fel, dwingend, op de deur geklopt. ‘Open up please!’ riep een overslaande stem. ‘This is the manager!’ 
 

5. Lichte kater
 
Vroeg of laat wordt er roet in het eten gegooid van het goede.
Moet ook, anders is er geen verhaal. 
Eerste Kerstdag, half negen in de ochtend, de gevoelstemperatuur lag flink onder nul, ontwaakten moeder en dochter met een lichte kater. Van hun baden in weelde was weinig meer over – hoewel, dat ligt eraan hoe je weelde definieert. Ze bevonden zich hoe dan ook niet langer in het topsegment. Met vier snurkers lagen ze op een kamer – alleen vrouwen gelukkig –, één praatte in haar slaap. 
‘Merry Christmas mammie,’ geeuwde Zippy, zich uitrekkend in haar onesy.  
Nadat ze met behulp van de politie het Almara Dulcis Hotel uit waren gezet (het devi beeldje, dat tienduizend euro waard zou zijn, was goddank ongeschonden geretourneerd), hadden ze de nacht doorgebracht in de winteropvang van het Leger des Heils, maar niet op stapelbedden. Ze hadden ieder hun eigen pod, inclusief privacy-gordijntjes, oplaadmogelijkheid en wifi. Terugdenkend aan het woedende gezicht van de hotelmanager, met het luie oog dat niet meedeed aan de woede, en de blinde paniek van Han Ga In, kregen ze de slappe lach. 
‘Good morning,’ zei een zalvende stem door de intercom. ‘You’re kindly requested to leave the premises before 9.30.’ 
Nadia en Zippy sjokten achter de mompelende massa aan die vanuit het gerenoveerde, eeuwenoude liefdadigheidspand de steeg in stroomde. De exodus deed denken aan een lagere school na de laatste schoolbel, behalve dat de dag nauwelijks was begonnen. Dit was de realiteit van de nachtopvang. ’s Nachts was je als dakloze, na een strenge screening, welkom; overdag moest je jezelf zien te redden. 
Links en rechts passeerden ze halfnaakte, knipogen uitdelende, op barkrukken hangende raamprostituées. ‘Zo,’ zei Nadia, ‘die zijn er vroeg bij.’ 
‘Zouden ze wel werk hebben met kerst?’ 
‘Lust heeft nooit vakantie… Maar Zip, je moet me beloven –’ 
‘Stop! Ik ben volwassen nu. Niet zo volwassen als jij natuurlijk, maar eh…’ 
Ze stapten Café Het Loosje in, op de Nieuwmarkt, en gingen aan een houten tafel zitten. Een kopje koffie en croissant kon er nog net af. Terwijl ze zwijgend luisterden naar Santa Baby, in die onweerstaanbare oerversie van Eartha Kitt, gleed er aarzelend, alsof ie niet wist welke kant ie op moest, een traan over Nadia’s wang.
Zippy legde een hand op haar moeders schouder en begon die zachtjes te kneden.




Kerstverhaal gepubliceerd in Het Parool, dd. 24.12.25, hier.
Luisterversie, voorgelezen door Suzanne Mateysen: hier.

Breekbaar, veerkracht, week




Het bewijs dat moedertje toch breekbaar is, is vorige week geleverd. 


Ze brak na een val in de keuken haar sleutelbeen.


Toen ik haar aan de telefoon had, was ze vooral aan het lachen.


Ze mag dus breekbaar zijn, veerkrachtig is ze ook.


De boteinden zullen vanzelf terug aan elkaar moeten groeien, als smeltkaarsen, alleen duurt dat op deze leeftijd maanden in plaats van weken. 


Soms gebeurt het nooit.


Je schijnt trouwens ook prima zonder sleutelbeen te kunnen.


Wie geen botten heeft is niet breekbaar, wel week.





Waarom iets en niet niets?




Het hoeft niet, je kunt het ook laten. 


De wereld gaat toch wel verder

op zijn onverschillig voortreffelijke voortreffelijk onverschillige manier. 


Maar ja de mogelijkheid doet zich voor. Zonder precies te weten waarom grijp je haar, als een irritant insect dat voor je neus vliegt.


Vervolgens val je ten prooi aan de illusie dat de ketting van gebeurtenissen die je in gang hebt gezet en die naar behoren is afgerond, nodig was, nuttig, zinvol zelfs. 


De voldoening van de volbrenging, al is ze nog zo vluchtig en kluchtig. 


Wie aan niets begint kan niets volbrengen. 


Schouderklopje van god.





 

Maanwaan door Monoman






verwoed fietst Monoman achter haar lichaam aan 

telkens als hij denkt haar bij 't huis te zien staan 

aan het eind van de lange lorkenlaan

blijkt ze stiekem verwisseld van baan





Veerkracht




Het gras onder de tent die niet eens was gebruikt,

die daar maar had gestaan,

voor niemand,

waar geen hond in had geslapen, 

of zelfs maar een bosmuis in had vertoeft, 

was morsdood,

bleek toen ik hem afbrak. 


Geen spriet had de absolute verstikking

van de afgelopen periode overleefd.

O, zeker hadden ze het geprobeerd, de sprieten,

om door het grondzeil heen te dringen,

zonder resultaat.


Toen er ook geen water meer over was om zich aan te laven,

hadden ze het opgegeven, waren ze voorgoed

bezweken onder de zinloosheid. 


Ik staarde naar de traag bewegende pissebedden,

de duizendpoten en de torren,

die onrustig een heenkomen zochten.


Zou deze plek ooit weer groen worden?

Het was bijna niet voor te stellen, maar ook en juist 

wat bijna niet voor te stellen is, gebeurt, soms.  







koffie of sperma (vrij naar shakespeare)




 

koffie of sperma

dat is de vraag


(thee graag)





Overpeinzing op de Martinus Nijhoffbrug


 


Mocht ik ooit mijn eigen brug hebben,

zal er iemand afspringen?


Zal die persoon de sprong overleven? 


Zal die naar de kant zwemmen of door een binnenvaartschip opgepikt worden,


of worden gered door een voorbijganger met een hond die in het water duikt,


– niet die hond maar die voorbijganger –,


met haar kleren aan en denkt

ik had mijn kleren uit moeten trekken?


Zal die persoon denken weer niet gelukt,

ik zal mij moeten bezinnen

op drastischere, minder publieke methodes?


Er zal geen Viktor Frölkebrug komen.

En al zou hij er zijn,

ik ben er niet meer.



Als ik in het uur van de wolf of daaromtrent




Als ik in het uur van de wolf of daaromtrent
Weer eens wakker lig en mijn leven overdenk –
Ondertussen doet de oorwurm du jour zijn werk:
I can’t get no (hey hey hey), wat nooit went;
Wat ga ik doen, er rest mij nog een paar procent,
Zit er nog wat in ’t vat voordat ik sterf
Of moest ik thans verwittigen mijn oude kerk
Een grafschrift uitzoeken voor op mijn zerk
En een schaduwrijk plekje op het dodenerf? –
Wordt mijn malen goddank door zoemen overstemd:
De wasmachine in een belendend appartement



Voordracht op Insta

Contragewicht


Bij terugkomst van de boswandeling 
struikelt mijn moeder over het vloerkleed in de gang 
van haar weduwe-woning. 
 
In een reflex grijp ik haar arm vast. 
Vlak boven de vloer komt ze tot stilstand 
als Tom Cruise in Mission Impossible. 
 
Ze kan goed vallen moeder maar was het haar 
dit keer weer gelukt om geen botten te breken? 
Haar arm zat er nog aan. 
 
Laat me maar even liggen, zei ze. 
Vervolgens rolde ze op haar rug, 
haar beide handen naar me uitstekend. 
 
Dit was nieuw voor mij. Ze weegt weinig 
maar alleen dankzij mijn contragewicht 
kreeg ik haar weer omhoog zonder door mijn rug te gaan. 
 
Ik dacht aan het wilde feest uit mijn jeugd toen ik haar ten dans vroeg 
en vervolgens op de marmeren vloer van het oude huis 
liet vallen als een jas. 
 
Ook toen bleef zij ongedeerd; 
zo niet mijn beeld van haar, en dat van mezelf. 
Het zou nog lang duren voor ze op me rekenen kon. 






Life is wong

 



Handmade. Name me a price and I will tell you if it's reasonable.
frully@gmail.com